Select Page

Steeds meer boeken, nieuwsberichten en artikelen gaan over de (mogelijk) op handen zijnde nieuwe industriële revolutie. Slimme, lerende softwaresystemen en robots zouden een aantal beroepen overbodig kunnen maken. Daar waar in vroegere industriële revoluties spierkracht overbodig werd gemaakt, zal dat nu ook steeds meer voor (routinematige) denkkracht het geval worden. Niet alleen laaggeschoold, maar ook middelbaar- en hooggeschoold werk kan gaan verdwijnen. Vooral in de middenklasse kunnen grote klappen gaan vallen, zo voorspellen sommigen.

Onzekerheid over snelheid en impact

De meningen verschillen echter nog over de snelheid en omvang van dit fenomeen. De één stelt dat we er altijd nog zelf bij zijn hoever we de vervanging van arbeid door technologie toestaan of dat er nog heel veel (juridische) hobbels te nemen zijn. De ander meent dat we juist de snelheid van de ontwikkelingen niet moeten onderschatten en onze controle op de mogelijke revolutie vooral niet moeten overschatten. Sommige denken dat nieuwe banen gecreëerd zullen worden, want dat gebeurde bij vroegere industriële revoluties immers ook. Anderen denken dat het alleen maar banen gaat kosten, omdat de arbeidsintensiteit van nieuw gecreëerde banen lager is en omdat robots ook de banen hebben overgenomen waar in vroegere industriële revoluties mensen nieuwe werkgelegenheid in vonden. Hoe de toekomst er precies uit zal zien, weet niemand. Je voorbereiden op de verschillende mogelijkheden is wel raadzaam.

Economische invalshoeken en ‘big pictures’ domineren

Menig rapport, artikel of essay gaat met name over de economische impact van de technologische revolutie. Welke banen verdwijnen, welke ontstaan, naar welke skills en kennis zal er vraag zijn, etc. Ook wordt veel aandacht besteed aan enkele (grote) maatschappelijke issues, zoals een groeiende tweedeling tussen degenen die mee kunnen en zij die achter zullen blijven, en een mogelijk schevere inkomensverdeling en oplossingen daarvoor (zoals een basisinkomen). Wanneer naar de rol van de overheid wordt gekeken, beperkt deze zich meestal tot de eerdergenoemde thema’s, en meestal tot een economische invalshoek. Hoe ver laat de overheid arbeidssubstitutie toe? Hoe zal inkomen moeten worden herverdeeld? Hoe zal het onderwijs van de toekomst eruit moeten zien? Uiteraard zeer relevante vragen waar nu al goed over moet nadenken.

Gevolgen voor lokale overheden onderbelicht

Er wordt echter nog te weinig nagedacht over de wat ‘kleinere’ maatschappelijke gevolgen, vooral ook op lokaal niveau. Hoe ga je om met de meer beschikbare vrije tijd die mensen kunnen gaan hebben? En hoe verschilt dat tussen degenen die werkeloos zijn en degenen die nog wel een (parttime) baan hebben? Hoe ga je om met mogelijke frustratie en verveling in de gemeenschap? Vooral bij de jeugd zou dit een pregnant vraagstuk kunnen zijn. De Brits/Amerikaanse tv-serie Humans laat een wereld zien waarin ook slimme kinderen, die goed meekunnen met alle nieuwe technologieën, depressief kunnen raken van de vraag ‘waarom doe ik überhaupt nog een opleiding? Wat kan ik doen wat een robot niet beter kan?’ Daar waar zaken zoals inkomensverdeling en de inhoud van onderwijs waarschijnlijk op een nationaal niveau zullen worden aangepakt, zal de gemeente van de toekomst juist meer geconfronteerd worden met de meer persoonlijke ‘zinsgevingsvragen’ en met de lokale effecten daarvan. Welke rol gaat de gemeente dan op zich nemen? Wie zijn de benodigde samenwerkingspartners? Wat voor gemeentelijke organisatie hoort daarbij? Wie weet is hét beroep van de toekomst wel de buurtmaatschappelijk werker…