De gemeenteraadsverkiezingen zijn weer een paar weekjes achter de rug. Binnen sommige gemeenten heeft dit een politieke aardverschuiving betekend, in andere is er weinig veranderd. Een aantal gemeenten heeft inmiddels een nieuw college en coalitieakkoord. In andere wordt de komende weken nog flink onderhandeld. Hoe dan ook, de nieuwe raden zijn inmiddels geïnstalleerd. Bekende gezichten, ervaren raadsleden, zijn her en der vertrokken. Nieuwe raadsleden zijn met veel enthousiasme begonnen. Deze stoelendans heeft uiteraard zijn voor- en zijn nadelen. Zo’n instroom van vers bloed kan vaak een frisse wind met vernieuwende ideeën doen waaien in een gemeente. Aan de andere kant is er vaak ook veel ervaring en kennis uit de raad vertrokken.

Bron: Steven Lek CC BY-SA 4.0, Wikimedia Commons

Aanvulling nodig in ‘toolkit’ voor raadsleden

In een tijd waarin gemeenten steeds meer te zeggen hebben gekregen, van het sociale tot en met het ruimtelijke domein, is het van belang dat raadsleden goed geëquipeerd zijn om hun wetgevende en controlerende taak uit te voeren. Zowel vanuit politieke partijen als vanuit de gemeentelijke griffies krijgen nieuwbakken de komende tijd allerlei informatie, cursussen en workshops om zich zo goed mogelijk voor te bereiden op hun belangrijke werk de komende vier jaar. Een deel van deze voorbereiding heeft betrekking op het functioneren van het lokaal bestuur, van de gemeentewet tot en met gemeenschappelijke regelingen. Een ander deel gaat over de vaardigheden waarover raadsleden dienen te beschikken, variërend van onderhandelen tot en met het schrijven van goede voorstellen en amendementen. Tenslotte zijn er ook veel mogelijkheden om portefeuille-inhoudelijke verdiepende kennis op te doen, van de WMO tot en met de Omgevingswet. Al deze zaken zijn essentieel voor raadsleden om goed te functioneren en waardevol bij te kunnen dragen aan hun gemeente. Toch kan er nog wel iets aan dit programma, aan de gewenste vaardigheden of ‘toolkit’, toegevoegd worden en dat is de vaardigheid om goed om te gaan met een op allerlei vlak snel veranderende wereld.

Waakzaamheid op wensdenken en illusies van maakbaarheid geboden

De wereld is namelijk volop in beweging en lijkt steeds onvoorspelbaarder te worden. Wie had 5 jaar geleden de Brexit of president Trump voorzien? Of, iets dichterbij huis, dat AirBnB menig Amsterdammer tot grote ergernis zou drijven? Als we wat verder naar de toekomst kijken, zitten er nog meer onzekerheden in het vat die ons leven, en hoe een gemeente eruitziet, ingrijpend kunnen veranderen. Hoeveel banen zullen robotisering en verregaande automatisering gaan kosten of juist opleveren? Wat voor impact zal dat hebben op de reeds bestaande kloven en polarisering in de maatschappij? Zitten we in 2025 of 2030 nog zelf achter het stuur of stappen we in een zelfsturende auto? Wat voor hervormingen worden wellicht ingevoerd om de kosten van een vergrijzende en ontgroenende samenleving te dekken? Zullen nieuwe ‘break through technologies’ de energietransitie versnellen en energie zelfs gratis maken? Als individuele gemeente is het zo goed als onmogelijk om invloed uit te oefenen op zulke, vaak mondiale economische, technologische en maatschappelijke krachten die de komende jaren onze wereld vorm gaan geven.

Politici proberen uiteraard bepaalde idealen te bereiken en hier de juiste randvoorwaarden voor te scheppen. Visie hebben is essentieel om zaken in beweging te krijgen. Net zoals iedereen filteren ze ook wat er gebeurt in de wereld door een bepaalde bril van wat ze wenselijk vinden. De valkuil is soms dat wensdenken over hoe men wil dat de toekomst eruitziet het beleid teveel kleurt. De wereld conformeert zich echter niet altijd aan wat men in een gemeenteraad of college graag zou willen zien. Beleid en projecten worden nogal eens op een te rooskleurig beeld van de toekomst gebaseerd of louter op het doortrekken van cijfers en patronen uit het verleden. De afgelopen jaren, vooral in de nasleep van de kredietcrisis, zijn we vaak hard met de neus op de feiten gedrukt. Een van de meest concrete voorbeelden hiervan is het feit dat menig gemeente nat is gegaan op grondexploitaties. Wie had voor 2008 nou gedacht dat er een crisis aan zou komen en dat bouwgronden jarenlang braak zouden liggen?

Nu het economisch weer voorspoedig gaat en de huizenmarkt in menig gemeente zelfs de recordhoogtes van 2008 is ontstegen, is het zaak om de lessen van 10 jaar geleden niet te vergeten. Om niet opnieuw uit te gaan van te optimistische, langdurige groeiplaatjes. Uiteraard moet men, omgekeerd, ook niet doorschieten in allerlei doemdenken. Het is daarom raadzaam om rekening te houden met meerdere toekomstscenario’s gebaseerd op hoe grote trends en ontwikkelingen in de wereld zich kunnen ontwikkelen en het leven in de eigen gemeente kunnen doen veranderen.

Toekomstscenario’s in 6 stappen

Stap 1: Stel een scope vast

Bepaal waar de scenario’s wel en waar niet over moeten gaan. Wat is de leidende strategische vraag? Welke thema’s moeten ze raken? Hoever vooruit in de tijd wil je kijken?

Stap 2: Verken de externe omgeving

Inventariseer en groepeer belangrijke trends in de ‘buitenwereld’. Kijk zo breed mogelijk, bijvoorbeeld naar politieke, economische, sociale, technologische, ecologische en demografische ontwikkelingen.

Stap 3: Analyseer de trends

Bepalen van de mate van samenhang (cross-impact), de impact en de onzekerheid om te komen tot kernonzekerheden. Bepaal hoeveel impact de trends hebben in relatie tot de scope. Bepaal ook hoe onzeker de trends zijn, zowel qua effect als qua verloop (gaat iets versnellen of afremmen, bijv.). Beoordeel welke trends aan de bron van verandering liggen en welke meer volgend zijn.

Stap 4: Stel toekomstscenario’s op

Twee kernonzekerheden vormen de twee assen die het raamwerk van de scenario’s vormen (2x2= 4 scenario’s). De kernonzekerheden zijn trends die veel impact hebben, erg onzeker zijn en die veel andere trends beïnvloeden. Stel redeneerlijnen op hoe de vier scenario’s kunnen ontstaan en eruit zien. Vertaal de andere trends ook hierin. Vul de verhaallijnen aan met visualisaties om zaken concreter en beeldender te maken.

Stap 5: Bedenk en test handelingsperspectieven

Gebruik de scenario’s om uitdagingen en knelpunten te identificeren. Denk na over handelingsperspectieven om die uitdagingen het hoofd te bieden. Gebruik de scenario’s als toetsingskader om te testen of de handelingsperspectieven in elk scenario relevant zijn/goed uitpakken.

Stap 6: Blijf ontwikkelingen monitoren en stuur tijdig bij

De wereld blijft veranderen. Door indicatoren op te stellen en deze te monitoren kun je bekijken welke van de scenario’s waarschijnlijker worden. Stuur beleid of strategie bij op basis van deze informatie.

Scenario’s als hulpmiddel bij strategisch toezicht en controle

Voor een raadslid is het denken in scenario’s, het denken in ‘wat als…’, is een essentieel hulpmiddel om op strategische dossiers en projecten het college goed te controleren en scherp te houden. Veranderingen kunnen soms erg snel gaan, soms sneller dan beleidsmakers en experts denken of wensen. Hiernaast zie je twee foto’s van 5th Avenue in New York. In 1900 rijden er nog paard en wagen. Slechts 13 jaar later wemelt het van de auto’s. Het nadenken over belangrijke trends en grote externe onzekerheden door te denken in een aantal verschillende toekomstmogelijkheden, helpt om beleid strategisch te kunnen toetsen. Is het beleid dat het college voorstelt nog steeds erg op ‘paard en wagen’ geënt of is het ook al voorbereid op de auto, als het ware? Miljoenen investeren in het verbreden of aanleggen van wegen, bijvoorbeeld, kan op korte termijn de verkeersdruk verlichten, maar als de zelfsturende auto zijn intrede heeft gemaakt en de filedruk heeft verminderd, hoe goed pakt deze grote investering dan uit? Of, nu de huizenprijzen weer hard stijgen kan het innemen van nieuwe grondposities en een ambitieus woningbouwprogramma een goed idee lijken en de nodige extra middelen opleveren, maar heeft het college ook een plan B voor als de markt afkoelt of als woonwensen veranderen? Ga je de energietransitie versnellen door ruimte te maken voor windmolens of reserveer je juist ruimte voor de buurtbatterij? Door kritisch raadsvoorstellen te beoordelen op ‘toekomstvastheid’ of ‘robuustheid’ in het licht van meerdere toekomstmogelijkheden, kan je als raadslid beter het college controleren op strategisch niveau en scherp houden op het mitigeren van mogelijke risico’s richting de toekomst.

Kijk breder en denk integraal

Het is belangrijk om hierbij integraal te kijken naar bepaalde onderwerpen. Neem een thema als wonen. Woonbeleid en een woningbouwprogramma maken, moet niet alleen gebaseerd zijn op een aantal demografische cijfers en de huidige wensen en behoeften van (mogelijke) inwoners. Wonen draait om meer dan ‘stenen’ alleen. Hoe men wil en kan wonen in de toekomst, heeft te maken met bijvoorbeeld werk en inkomen (hoe ziet de arbeidsmarkt eruit in de toekomst?), mobiliteits- en woon/werkpatronen (wat betekent die zelfsturende auto daarin?), maar ook met hoe bijvoorbeeld de zorg georganiseerd is en geleverd wordt (wat betekenen e-health of zorgrobots voor hoe senioren zullen of willen gaan wonen?). Hoe de energietransitie vorm zal krijgen, welke technologie daarin leidend zal zijn, zal ook zijn beslag leggen op hoe we wonen en hoe de ruimte wordt georganiseerd. Een wereld met duurzame energie die decentraal opgewekt wordt door fotovoltaïsche ramen en panelen op het dak en opgeslagen in thuis- of buurtbatterijen vergt een andere manier van bouwen en ruimte inrichten dan een wereld waarin de energie grootschalig door wind- of zonneparken wordt opgewekt en vervoerd over conventionele energie-infrastructuur. Veel veranderingen van de afgelopen jaren zijn uit ‘onverwachte’ hoek gekomen en over het hoofd gezien door blinde vlekken. Bijvoorbeeld, jaren terugkeek men misschien naar AirBnB als iets wat hooguit impact had op het hotelwezen en toerisme in steden, maar hield men er geen rekening mee dat mogelijke inkomsten daaruit nu worden meegenomen in het financieringsplaatje bij aankoop van een woning in sommige steden. Of wat te denken van een Uber die niet alleen taxidiensten aanbiedt, maar zelfs ook eten thuisbezorgd.

Gebruik scenario’s om stakeholders te betrekken en uit te dagen

Het denken in scenario’s is bovendien een goede manier om ook als raadslid je op een andere manier op te stellen. Vanuit de samenleving wordt steeds meer van het openbaar bestuur en de politiek verlangd dat zij met de maatschappij meedenkt en niet altijd meer vanuit een ‘ivoren toren’ of de ‘achterkamertjes’ regels verzint en oplegt. Participatie met stakeholders wordt dan ook steeds belangrijker, of dit nou op het gebied van zorg is, of op het gebied van wonen of economie. Wat vaak gebeurt wanneer men het heeft over beleid met allerlei stakeholders, is dat men, veelal impliciet, een ander beeld heeft bij de toekomst. Discussies over plannen en beleid lopen moeizamer wanneer men verschillende assumpties onder deze toekomstbeelden heeft liggen en deze niet bespreekbaar maakt. Hierdoor bestaat het risico dat men het niet eens wordt, omdat men het in feite over iets anders heeft, omdat men andere toekomstige uitdagingen en kansen ziet. Door relevante trends en ontwikkelingen te bespreken met allerlei stakeholders, door meerdere toekomstscenario’s te bespreken en verkennen leg je assumpties over de toekomst op tafel en kun je vanuit een gezamenlijk vertrekpunt, of eigenlijk mogelijke punten, op zoek gaan naar oplossingen. Het open staan voor meerdere toekomsten en deze bespreken, heeft als bijkomend voordeel dat je als raadslid anders over kan komen, minder belerend en meer geïnteresseerd in en open voor de gedachten van anderen. Hiermee kunnen mensen of organisaties ook beter vanuit hun traditionele schuttersputjes worden getrokken en kan gezamenlijk worden nagedacht over nieuwe, toekomstvaste oplossingen en initiatieven voor de gemeente.